Verhalen en plaatjes achter mijn kinderboeken |
||
Al mijn kinderboeken (gedrukt, in produktie, of nog in mijn hoofd) hebben een verhaal achter het verhaal. In mijn geval zijn er vaak ook nog plaatjes bij, want ik zat altijd wel te rotzooien met potlood, papier en schaar. Hieronder een kijkje achter de schermen! |
||
Wil Je Me Dragen? |
Ik heb later voor mijn eigen lol wat schetsen gemaakt, waarin de slimme moeder op iedere pagina er vermoeider en verhitter uitziet. Peter van Harmelen, die het boek uiteindelijk illustreerde, heeft ook aardig wat zweetdruppels in de tekeningen verwerkt. Toen ik zijn eerste schetsen zag, met beelden van het Vondelpark, was ik meteen verkocht. Ik woonde voordat ik naar het buitenland vertrok zelf in Amsterdam, en het speeltuintje in het Vondelpark was een van mijn favoriete plekjes. Peter vindt het altijd leuk om met auteurs in contact te zijn over het boek dat hij aan het illustreren is. Toen hij hoorde waar ik in Amsterdam had gewoond, heeft hij het huis op de laatste bladzijde getekend, met mijn bovenburen van de derde verdieping op hun motor ernaast. |
De allereerste Meneer Stukjes: Meneer Sabelobedos! |
||
Meneer Stukjes ontstond rond diezelfde tijd, toen ik mijn zoon op een ochtend haastig hielp met aankleden. Ik had zoals gewoonlijk mijn hoofd bij andere dingen en noemde verstrooid wat ik hem aantrok: “En nu je trui over je hoofd.... en nu je bips aan je broek...” (ik blijk nog steeds Annie Schmidt-woorden te gebruiken, dat krijg je met kinderen in het buitenland!). Thomas moest van die verspreking zo lachen dat we nog even doorgingen met ledematen “aantrekken”.
Diezelfde dag heb ik het verhaal geschreven over Meneer Sabelobedos. Ik was toen net begonnen met schimmenspel, een vorm van poppenspel waarbij het publiek naar de schaduwen kijkt van papieren poppen die bewegen achter een scherm. Ik maakte ook zo'n schimmenpop van Meneer Sabelobedos. De bedoeling was dat ik met behulp van een heleboel splitpennen z'n hoofd en ledematen, die achter zijn buik geschoven waren, tevoren kon laten komen. Maar dat werd veel te ingewikkeld. Toen heb ik er met behulp van een fotokopieerapparaat er maar een boekje van gemaakt voor mijn zoon. Op de pagina hiernaast zoekt Meneer Sabelobdeos naar zijn navel in de badkamer. De illustraties van Tijn Snoodijk zijn voor kleine kinderen veel leuker. Het was Tijn die met het idee kwam voor de naam “Meneer Stukjes” omdat hij als een puzzel in elkaar wordt gepast. |
||
De Beste Moeder van het Heelal |
![]() |
||
|
|||
Mijn dochter, destijds tien jaar oud, heeft toen voorgesteld om het boek als een persoonlijk collageprojekt van mij, haarzelf en haar jongere broertje te illustreren. We hebben er als een bezetene aan gewerkt, en hebben het mijn moeder in de zomervakantie van 2004, vier maanden voor haar dood, zelf kunnen geven (zie foto). | |||
Andere verhalen (werk in uitvoering) |
Natuurlijk zijn niet al mijn verhalen bij mij thuis begonnen. (Tim Doet Het Niet wel. Er is heel wat voor nodig om een kopping kind aan het eten te krijgen!). Maar de meeste verhalen, die ik heb geschreven, uitgedacht of uitgeschetst, zijn wel geinspireerd door iets in mijn omgeving. Of in de omgeving van iemand die ik ken. Zo ken ik bijvoorbeeld de 18de eeuwse Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp heel goed, wiens huis in 1787 werd geplunderd door een bende woedende patriotten en relschoppers. Leden van Rendorps personeel hebben daarover getuigenverklaringen opgsteld, die in het Amsterdams Gemeentearchief zijn bewaard. Aanleiding voor een historisch jeugdboek in wording! |
![]() En mijn schimmenspel held Sir James (Ridder Gijs)? Hij is een vriend van mij die zich ooit zo ridderlijk en dapper gedroeg dat ik hem heb geridderd. Om hem te plagen maakte ik zijn papieren alter ego een beetje dom en een beetje dik. Uiteindelijk heeft Sir James zijn eigen karakter ontwikkeld en daarmee ook zijn eigen verhalen. |