Verhalen en plaatjes achter mijn kinderboeken

Al mijn kinderboeken (gedrukt, in produktie, of nog in mijn hoofd) hebben een verhaal achter het verhaal. In mijn geval zijn er vaak ook nog plaatjes bij, want ik zat altijd wel te rotzooien met potlood, papier en schaar. Hieronder een kijkje achter de schermen!

 

Wil Je Me Dragen?

Wil Je Me Dragen ontstond ergens in Washington DC, tussen het Witte Huis, de musea langs de Mall en de hotelkamer die we met ons gezin hadden geboekt. Na een dag lang lopen had Thomas van drie het wel gehad. Hoe hard ik ook sprong, zwom, of vloog, ik kreeg mijn koppig kind geen meter meer vooruit. Ik schreef het verhaal die avond in de hotelkamer. Want in een verhaal kun je wel alles naar je hand zetten!

Ik heb later voor mijn eigen lol wat schetsen gemaakt, waarin de slimme moeder op iedere pagina er vermoeider en verhitter uitziet. Peter van Harmelen, die het boek uiteindelijk illustreerde, heeft ook aardig wat zweetdruppels in de tekeningen verwerkt. Toen ik zijn eerste schetsen zag, met beelden van het Vondelpark, was ik meteen verkocht. Ik woonde voordat ik naar het buitenland vertrok zelf in Amsterdam, en het speeltuintje in het Vondelpark was een van mijn favoriete plekjes.

Peter vindt het altijd leuk om met auteurs in contact te zijn over het boek dat hij aan het illustreren is. Toen hij hoorde waar ik in Amsterdam had gewoond, heeft hij het huis op de laatste bladzijde getekend, met mijn bovenburen van de derde verdieping op hun motor ernaast.


De allereerste Meneer Stukjes: Meneer Sabelobedos!

Meneer Stukjes ontstond rond diezelfde tijd, toen ik mijn zoon op een ochtend haastig hielp met aankleden.
Ik had zoals gewoonlijk mijn hoofd bij andere dingen en noemde verstrooid wat ik hem aantrok: “En nu je trui over je hoofd.... en nu je bips aan je broek...” (ik blijk nog steeds Annie Schmidt-woorden te gebruiken, dat krijg je met kinderen in het buitenland!). Thomas moest van die verspreking zo lachen dat we nog even doorgingen met ledematen “aantrekken”.

Diezelfde dag heb ik het verhaal geschreven over Meneer Sabelobedos. Ik was toen net begonnen met schimmenspel, een vorm van poppenspel waarbij het publiek naar de schaduwen kijkt van papieren poppen die bewegen achter een scherm. Ik maakte ook zo'n schimmenpop van Meneer Sabelobedos. De bedoeling was dat ik met behulp van een heleboel splitpennen z'n hoofd en ledematen, die achter zijn buik geschoven waren, tevoren kon laten komen. Maar dat werd veel te ingewikkeld. Toen heb ik er met behulp van een fotokopieerapparaat er maar een boekje van gemaakt voor mijn zoon. Op de pagina hiernaast zoekt Meneer Sabelobdeos naar zijn navel in de badkamer.

De illustraties van Tijn Snoodijk zijn voor kleine kinderen veel leuker. Het was Tijn die met het idee kwam voor de naam “Meneer Stukjes” omdat hij als een puzzel in elkaar wordt gepast.


Sara's Onzichtbare Broer

Mijn dochter, die toen ze vijf was lange tijd met haar onzichtbare broer speelde, was de de eerste die in een boek terecht kwam. Ik maakte er zelf de tekeningen voor en gebruikte ieder vrij moment van de dag om daar aan te werken. En toen duurde het nog eens een ruim een jaar tekenen voordat ik het durfde rond te sturen naar uitgevers in Amerika.

Sara's Invisible Brother werd aangenomen door een kleine nieuwe Amerikaanse uitgeverij. Helaas bleken de plannen van de uitgeefster te groot en het economische klimaat te slecht. Ik heb uiteindelijk dan ook de rechten moeten terugvragen. Ik hoop wel het boek in een andere vorm het daglicht te kunnen laten zien.

 

De Beste Moeder van het Heelal

Dit verhaal onstond toen mijn zoon mij (op z'n Amerikaans) bij het onderdekken vertelde dat ik niet alleen de beste moeder van de wereld was, maar ook van het heelal. Ik zag ineens een alien in z'n schoteltje langsvliegen die het daar helemaal niet mee eens was!


Korte tijd nadat ik het verhaal had uitgewerkt kreeg mijn eigen moeder te horen dat ze ongeneeslijk ziek was en niet lang meer te leven had. Ik besloot dat ik het boek aan haar wilde opdragen als iemand het zou willen uitgeven.

Ik ben heel blij dat ik mijn moeder nog voor haar dood heb kunnen vertellen dat het boek zou worden gepubliceerd met illustraties van Peter van Harmelen. Maar het duurt lang voordat een prentenboek eenmaal klaar is en Peter was nog erg druk bezig met de illustraties voor Tim Doet Het Niet.

Mijn dochter, destijds tien jaar oud, heeft toen voorgesteld om het boek als een persoonlijk collageprojekt van mij, haarzelf en haar jongere broertje te illustreren. We hebben er als een bezetene aan gewerkt, en hebben het mijn moeder in de zomervakantie van 2004, vier maanden voor haar dood, zelf kunnen geven (zie foto).

Andere verhalen (werk in uitvoering)

Natuurlijk zijn niet al mijn verhalen bij mij thuis begonnen. (Tim Doet Het Niet wel. Er is heel wat voor nodig om een kopping kind aan het eten te krijgen!). Maar de meeste verhalen, die ik heb geschreven, uitgedacht of uitgeschetst, zijn wel geinspireerd door iets in mijn omgeving. Of in de omgeving van iemand die ik ken. Zo ken ik bijvoorbeeld de 18de eeuwse Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp heel goed, wiens huis in 1787 werd geplunderd door een bende woedende patriotten en relschoppers. Leden van Rendorps personeel hebben daarover getuigenverklaringen opgsteld, die in het Amsterdams Gemeentearchief zijn bewaard. Aanleiding voor een historisch jeugdboek in wording!


En mijn schimmenspel held Sir James (Ridder Gijs)? Hij is een vriend van mij die zich ooit zo ridderlijk en dapper gedroeg dat ik hem heb geridderd. Om hem te plagen maakte ik zijn papieren alter ego een beetje dom en een beetje dik. Uiteindelijk heeft Sir James zijn eigen karakter ontwikkeld en daarmee ook zijn eigen verhalen.

Ga naar Heleens thuispagina